Kennis over hoeven
HufkrankheitenHufwissen

Brokkelige Hoeven: Oorzaken en Juiste Verzorging

6 Min. Lesezeit

Bijna elke paardeneigenaar kent ze: scheuren in de hoef. Soms zijn ze kleiner, soms groter, soms verdwijnen ze vanzelf en soms breekt de halve hoefwand weg. Vooral in de zomer hoort men dan vaak de goedbedoelde oplossing: „Hoeven wateren en invetten, zodat het hoorn elastisch blijft en niet uitbreekt“. Maar is dat werkelijk zo? Helpt hoefvet echt tegen scheuren en brokkelige hoeven? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, kijken we het beste eerst naar de achtergronden. Waarom worden hoeven eigenlijk brokkelig? En hier begint al de moeilijkheid, want er zijn verschillende oorzaken. Twee van de meest voorkomende redenen worden helaas vaak over het hoofd gezien of helemaal niet in overweging genomen. Enerzijds de voeding en anderzijds hefboomwerkingen op de hoef. Deze twee factoren bekijken we daarom wat nader.

Verkeerde voeding als oorzaak van brokkelige hoeven

De hoef heeft bepaalde voedingsstoffen nodig om voldoende hoorn van goede kwaliteit te kunnen produceren. Daartoe behoren bijvoorbeeld zwavelhoudende aminozuren zoals methionine en cysteïne, evenals lysine. Methionine en lysine behoren tot de essentiële aminozuren, dat wil zeggen dat ze niet door het lichaam zelf kunnen worden aangemaakt, maar via de voeding moeten worden opgenomen. Cysteïne wordt op zijn beurt uit methionine gevormd, maar kan ook direct worden opgenomen. De zwavel van deze aminozuren is belangrijk, zodat zich voldoende disulfidebruggen (= verbindingen uit twee zwavelatomen) in het keratine van de hoef kunnen vormen. Hoe meer disulfidebruggen er worden gevormd, des te stijver wordt het gevormde hoorn. Ontbreekt daarom de zwavel of de zwavelhoudende aminozuren, dan wordt de hoef brokkelig. Typisch hierbij zijn hoeven die niet op één plek een scheur vertonen, maar over het geheel instabiel worden en vaak op meerdere plaatsen brokkelig worden.

Karakteristiek zijn ook hoeven waarbij de hoefwand zich begint te splijten, dat wil zeggen waarbij de verbinding tussen de gepigmenteerde en niet-gepigmenteerde wand niet meer voldoende is (als je niet weet welke wandlagen hier bedoeld worden, raden we je ons artikel over de anatomie van de hoef aan). De hoef heeft echter nog een hele reeks andere voedingsstoffen nodig om optimaal hoorn te kunnen produceren. Zo moet het paard van voldoende B-vitaminen worden voorzien, zodat de hierboven genoemde aminozuren überhaupt verstofwisseld kunnen worden. Hier komt nu ook de darmflora in het spel: als deze verstoord is, kan het lichaam niet voldoende vitamine B6 produceren en kunnen de toegevoerde aminozuren niet worden benut. Ook andere tekorten kunnen het gevolg zijn van een beschadigde darmflora, bijvoorbeeld een zinktekort. Ook zink is essentieel voor stabiele hoeven en kan bij een tekort tot scheuren leiden. Het is daarom niet alleen belangrijk dat je paard de juiste voedingsstoffen krijgt toegediend, maar ook dat zijn spijsverteringskanaal en stofwisselingsorganen zo gezond zijn dat de voedingsstoffen ook benut kunnen worden. Een goed functionerende lever- en nierstofwisseling is daarom een aanzienlijke factor in de strijd tegen brokkeligheid.

Te veel van het goede

Brokkelige hoeven kunnen niet alleen door een tekort, maar ook door een overvoeding ontstaan.

Met name een te hoge toevoer van selenium en ijzer kan tot scheurige hoeven leiden. Een seleniumtekort kan net zo schadelijk zijn als een seleniumvergiftiging. Bij een hoge seleniumtoevoer wordt in de hoef selenium in plaats van zwavel ingebouwd, waardoor de disulfidebruggen worden verminderd en de hoef aan stabiliteit verliest.

IJzer dient op zijn beurt als tegenspeler van zink, dat wil zeggen: bij een te hoge concentratie kan ijzer zink verdringen. Hoge ijzerconcentraties komen overigens niet alleen voor in het ruwvoer, maar vaak ook in het water. Bij problemen met uitbrekende hoeven loont een wateranalyse vaak de moeite. Naast te hoge ijzerwaarden kan namelijk ook een nitraatvergiftiging verantwoordelijk zijn voor instabiele hoeven en daarmee scheuren. Vooral wanneer paarden met grondwater worden gedrenkt, is hier verhoogde voorzichtigheid geboden!

Hoornspleten door hefboomwerkingen

De tweede vaak over het hoofd geziene oorzaak van scheuren in de hoef zijn hefboomwerkingen. Daarmee wordt bedoeld dat sommige structuren in de hoef niet in balans zijn en daardoor onfysiologische krachten – hefbomen – ontwikkelen. Deze drukken dan op bepaalde gebieden en veroorzaken daar kneuzingen of verrekkingen. Wanneer deze hefbomen op de hoefwand drukken, dan kan het gemakkelijk gebeuren dat de hoornkapsel deze spanning niet meer kan weerstaan en mechanisch openscheurt. Men spreekt dan ook van „spanningsscheuren“.

Een typisch voorbeeld hiervan zijn te lange verzenen: daardoor krijgt de teenwand te veel druk en ontwikkelt vaak een scheur precies in het midden van de hoefwand.

Een ander vaak voorkomend voorbeeld zijn omgevallen hoekstutten die op de zool gaan liggen: daardoor schuift de zool tegen de zijdelingse hoefwand. Wordt de druk te hoog (bijv. wanneer de hoekstut uiteindelijk ongecontroleerd over de zool gaat woekeren), dan ontstaat in de zijwand van de hoef vaak een scheur.

Dergelijke toestanden ontstaan vaak bij gebrekkige hoefverzorging: ofwel worden de onbalansen bij de bewerking niet voldoende gecorrigeerd, ofwel gebeurt de bewerking te zelden. Bij moeilijke pathologieën (bijv. een bokhoef) kan al om de twee weken een correctie nodig zijn!

Sommige hefbomen ontstaan ook door aangeboren standafwijkingen. Zowel eenzijdige als tweezijdige standfouten kunnen tot onfysiologische slijtage van de hoef – en daardoor tot hefboomwerkingen – leiden. Naast een nauwgezette bewerking is hier soms een permanente hoefbescherming aan te raden, waarmee bepaalde standen verbeterd kunnen worden.

Hoeven kunnen natuurlijk ook gewoon in zijn geheel te lang zijn en daardoor uitbreken. Afhankelijk van de huisvestingsomstandigheden moet het bewerkingsinterval dienovereenkomstig worden aangepast en mag gemiddeld niet boven de 6 weken uitkomen.

Hygiëne als oorzaak van uitbrekende hoeven?

Telkens weer wordt ook een gebrek aan zindelijkheid in de paardenstal verantwoordelijk gesteld voor brokkelige hoeven. In extreme gevallen kan dat zeker kloppen: wanneer een paard heel veel op uringedrenkte ondergrond staat, kan de daaruit ontstaande ammoniak het hoorn aantasten en moleculaire verbindingen oplossen – de hoef wordt brokkelig. In de meeste gevallen is het echter eerder zo dat er al suboptimale spanningsverhoudingen in de hoef heersen of door voeding verzwakt hoornweefsel aanwezig is en de onhygiënische omstandigheden dan gewoon de druppel zijn die de emmer doet overlopen. Want wanneer de witte lijn of de hoefwand al verzwakt is, zijn deze duidelijk vatbaarder voor bacteriën en schimmels en kan het bijvoorbeeld tot White Line Disease komen. In dat geval vreten de kiemen de verbindingslaag van de hoef op en kan de hoefwand daardoor gemakkelijker afbreken.

Droogte als oorzaak van scheuren in het hoorn?

Dit verband lijkt zonneklaar te zijn: als hoeven droog worden, worden ze bros. Dat klopt ook – tot op zekere hoogte. Hoge temperaturen en lage luchtvochtigheid zorgen ervoor dat de buitenste hoornlagen van de hoef uitdrogen en bijzonder hard worden (jouw hoefbewerker kan daarover ongetwijfeld meepraten). De buitenste lagen van de hoefwand kunnen dan ook daadwerkelijk fijne scheurtjes vertonen, typisch echter op alle vier de hoeven en verspreid over de gehele hoefwand. Deze zijn in de regel echter onproblematisch, omdat ze louter de buitenste laag wandhoorn betreffen en vanzelf verdwijnen wanneer de omgeving weer vochtiger wordt. De hoef wordt echter niet alleen van buitenaf van vocht voorzien, maar ook van binnenuit. Een studie van de Universiteit van Edinburgh heeft aangetoond dat bij een gezonde hoef vocht van bu