Lijm voor Plakbeslag – Verschillen en Bijzonderheden
Alternatieve hoefbescherming – dus alternatieven voor het traditionele beslag – wordt in de paardenwereld steeds populairder. Daar zijn veel goede redenen voor (lees meer hierover in ons artikel "Wat maakt een goede hoefbescherming?") en terwijl het vroeger vooral hoefschoenen waren, zijn tegenwoordig verschillende soorten geplakte hoefbescherming ("plakbeslag" of "lijmbeslag") in opmars. Plakbeslag heeft een groot aantal voordelen: niet alleen kunnen de hoeven zich daarmee zeer goed ontwikkelen, ook is het voor jou als paardeneigenaar erg eenvoudig in het dagelijks gebruik. Eenmaal geplakt hoef je je tot aan de volgende hoefafspraak nergens zorgen over te maken – het uitkrabben van de hoeven volstaat normaal gesproken als verzorgingsmaatregel.
Toch bestaat er steeds weer scepsis tegenover lijmbeslag; de meest voorkomende zorg is dat de lijm de hoef beschadigt. Daarom willen we dit aspect nu wat nader belichten en kijken we naar de verschillen en bijzonderheden.

Lijmbeslag is niet hetzelfde als lijmbeslag
Eerst moeten de verschillende lijmsystemen onderscheiden worden. Want: geplakte hoefbescherming is niet hetzelfde als geplakte hoefbescherming! Grofweg kunnen de huidige systemen op de markt in twee categorieën worden ingedeeld:
- voorgevormde schalen die met behulp van 2-componentenlijm (2K-lijm) over een groter oppervlak op de hoef worden aangebracht
- individueel aangepaste grondplaten die met aangelaste lipjes en secondelijm puntsgewijs op de hoefwand worden bevestigd (tot deze variant behoort de Goodsmith)
Bij beide varianten is het belangrijk om te benadrukken dat de lijm uitsluitend aan de hoefwand hecht – er wordt geen lijm op de zool aangebracht.
Afgezien van deze overeenkomst verschillen deze twee systemen echter fundamenteel en hebben ze ook verschillende gevolgen voor het hoornmateriaal.
2K-lijm of secondelijm?
Laten we eerst de chemische basis van beide varianten wat nauwkeuriger bekijken. Beide systemen behoren tot de groep van "chemisch uithardende lijmen", wat enkel betekent dat beide lijmen via een chemische reactie uitharden.
Secondelijm op basis van cyanoacrylaat
Bij secondelijm gaat het om lijm op basis van cyanoacrylaat en de chemische reactie wordt geactiveerd door watermoleculen. Daarvoor is de normale luchtvochtigheid al voldoende. Deze lijm heeft voor het uitharden dus absoluut vocht nodig, wat het gebruik op het paard zeer eenvoudig maakt, omdat de hoeven niet volledig droog hoeven te zijn.
Dat is ook de reden waarom je bij het werken met secondelijm voorzichtig moet zijn: in principe is cyanoacrylaat niet gevaarlijk voor organismen, daarom worden deze lijmen ook gebruikt voor het lijmen in aquaria en in medische wondlijmen. Maar omdat ze bij het uitharden vocht verbruiken, drogen ze de oppervlakken van de te lijmen delen een beetje uit. Op gezonde huid (en hoefhoorn) is dit niet bezwaarlijk, maar de lijm mag niet in contact komen met sterk vochthoudend weefsel zoals ogen en slijmvliezen, omdat hier zeer snel zeer veel vocht zou worden onttrokken.
Zoals bij veel chemische reacties komt ook bij het uitharden van secondelijm warmte vrij. De warmteontwikkeling is bij deze soort lijm echter zeer gering, omdat cyanoacrylaten alleen dan goed uitharden (en daardoor betrouwbaar lijmen) wanneer ze in een zeer dunne laag (<0,2 mm) worden gebruikt. Bij zulke kleine hoeveelheden is de restwarmte zelfs op onze menselijke huid nauwelijks waarneembaar en daardoor ook voor de hoef niet bezwaarlijk.
2-componentenlijm
Bij 2K-lijmen bestaan er verschillende chemische samenstellingen. In elk geval is er een grondstof die met een verharder wordt gemengd, daarmee reageert en daardoor uithardt.
Net als bij secondelijm ontstaat ook bij 2K-lijmen door de chemische reactie warmteontwikkeling tijdens het uitharden. Omdat 2K-lijm echter dikker wordt aangebracht dan secondelijm, ontstaat hier ook meer warmte. Een gezonde paardenhoef met een voldoende dikke hoefwand (min. 5,4 mm) biedt een goede isolatielaag tegen de hogere temperaturen. Voorzichtigheid is echter geboden bij beschadigde hoefwanden (bijv. met nagelgaten) of zeer dunne hoefwanden (door wegbreken, te dun raspen of gewoon door zeer kleine afmetingen bij veulen- of ponyhoeven), omdat hier de warmte tot aan de lederhuid kan doordringen en eventueel schade kan veroorzaken. Daarover bestaan tot nu toe weliswaar nauwelijks studies (en wanneer wel, dan houden deze zich eerder bezig met de gevolgen van een heet opgebrand hoefijzer en niet met kunststof plakbeslag), maar in het algemeen worden eiwitten vanaf 45 °C onherstelbaar beschadigd – en hoefhoorn bestaat voor het grootste deel uit eiwitten.
Afgezien van de verhoogde warmteontwikkeling heeft de dik aangebrachte laag 2K-lijm nog een ander nadeel: de hoef wordt op deze plek over een groot oppervlak afgedicht. Terwijl er bij het plakken met lipjes en secondelijm steeds wat vrije ruimte tussen de lipjeshalzen blijft (waar de hoef dus kan "ademen"), wordt met 2K-lijmen meestal een groot oppervlak van de wand tot aan de draagrand met lijm afgesloten. Omdat de hoef echter voortdurend vocht afgeeft, kan er achter de lijmlaag een vochtig milieu ontstaan. Voor een gezonde hoef is dit normaal gesproken geen probleem, maar voorzichtigheid is geboden wanneer de hoef al beschadigd is (door scheuren, nagelgaten, brokkelig hoorn enz.), omdat het anders kan leiden tot verhoogde bacterie- en schimmelophoping in de hoefwand.
Maar hoe zit het met de chemische bestanddelen van 2K-lijmen? Beschadigen die het hoefhoorn direct? Daarvoor moeten we de grondstoffen wat nader bekijken.
2K-lijm op basis van polyurethaan (PUR)
De meeste 2K-lijmen op het gebied van de paardenhoef zijn gebaseerd op polyurethaan. Het polyurethaan vormt daarbij de primaire component van dit lijmsysteem. Als verharder wordt isocyanaat gebruikt: zodra het polyurethaan met isocyanaat wordt gemengd, start de chemische reactie voor het uitharden. Daarbij komen de isocyanaten als damp weer vrij. Isocyanaten kunnen echter celmembranen beschadigen en daardoor huidirritaties veroorzaken. In het bijzonder moeten ze niet worden ingeademd.
Bij het gebruik op de paardenhoef is het gevaar gering, omdat men hierbij meestal op goed geventileerde plaatsen of in de buitenlucht werkt. Toch moet je er bij het gebruik van PU-lijmen op letten dat de lijm niet rechtstreeks op de huid komt en dat er bij het uitharden geen dampen worden ingeademd – noch door jou, noch door je paard.
2K-lijm op basis van methylmethacrylaat (MMA)
Methylmethacrylaat wordt in veel gebieden van de kunststoftechniek gebruikt, o.a. voor de productie van acrylplaten, in de tandheelkunde, als botcement en voor het modelleren van kunstnagels. Methylmethacrylaat kan echter huidirritaties en contactallergieën veroorzaken, waardoor in alle toepassingsgebieden verhoogde veiligheidsmaatregelen worden aanbevolen. Menselijke huid mag geen direct contact hebben met methylmethacrylaat en het mag in het bijzonder niet worden ingeademd (bijv. slijpstof van deze kunststoffen). Aangenomen mag worden dat hetzelfde ook geldt voor onze paarden.
In hoeverre MMA-lijmen hoefhoorn kunnen beschadigen, daarover bestaan geen gefundeerde inzichten. Omdat de hoornkapsel echter dood weefsel is, mag worden aangenomen dat er geen directe schade kan worden aangericht. Een direct contact met levend weefsel (bijv. blootliggende lederhuid) moet echter absoluut worden vermeden.
Beschadigen de gebruikte reinigers de hoef?
Afgezien van de lijmen zelf komen bij lijmbeslag nog meer chemicaliën in contact met de hoef: namelijk de reinigers die worden gebruikt om de hoefwand voor te bereiden op de lijm.
Afhankelijk van het type lijm en de fabrikant worden verschillende reinigingsmiddelen aanbevolen, waarmee zowel de hoefwand als het plakbeslag zelf moeten worden ontvet en gereinigd:
- Alcohol (spiritus/ethanol, (iso-)propanol)
- Aceton (nagellakremover)
- Remmenreiniger
Terwijl alcohol bij uitwendig gebruik grotendeels als onschadelijk wordt beschouwd, worden aceton en remmenreiniger als schadelijk voor de gezondheid gezien. De schadelijkheid heeft echter vooral betrekking op de dampen, d.w.z. bij het inadem






