Hoefbevangenheid bij het Paard – Oorzaken, Symptomen & Behandeling
Vrijwel elke paardeneigenaar kent de term "hoefbevangenheid" als gevreesde en potentieel dodelijke ziekte van de hoeven, maar weinigen weten wat het eigenlijk precies inhoudt. Wat het extra ingewikkeld maakt: rond hoefbevangenheid circuleert veel halve of verouderde kennis, wat paardeneigenaren nog onzekerder kan maken.
Wat is hoefbevangenheid?
Om te begrijpen wat hoefbevangenheid is, moeten we ons wat verdiepen in de anatomie van de hoef. Uitgebreidere informatie hierover vind je in ons artikel over de bouw van de hoef.
Kort gezegd komt bij hoefbevangenheid het hoefbeen (het onderste bot in de paardenhoef) los van de binnenzijde van de hoefwand, wat voor het paard zeer pijnlijk is. Normaal gesproken is het hoefbeen met de hoefwand verbonden via de lamellenlaag ("hoefbeendrager"), maar bij hoefbevangenheid gaat juist deze verbinding min of meer verloren. Wanneer die verbinding niet meer stabiel is, drukt het pure lichaamsgewicht van het paard bij elke stap het hoefbeen dieper in de hoornkapsel en kan er een verzakking en/of rotatie van het hoefbeen optreden.
Hoefbevangenheid op zich is echter geen zelfstandige ziekte; het is veeleer een symptoom dat optreedt als gevolg van verschillende oorzaken. Rond hoefbevangenheid is de afgelopen decennia veel onderzoek gedaan, dat de laatste jaren enkele nieuwe inzichten heeft opgeleverd. Sommige theorieën over de oorzaken die vroeger als zeker golden, zijn herroepen en door recentere studieresultaten weerlegd.
Oorzaken
De huidige stand van het onderzoek onderscheidt drie verschillende soorten hoefbevangenheid, die verschillende oorzaken hebben en op verschillende manieren leiden tot een verzwakking of zelfs afbraak van de lamellenlaag in de hoef. Dit onderscheid is belangrijk, want daarop afgestemd zijn verschillende therapieën aangewezen.
Endocriene hoefbevangenheid
De meest voorkomende vorm van hoefbevangenheid (schattingen gaan uit van 90% van alle gevallen) is de endocriene hoefbevangenheid. "Endocrien" betekent "door hormonen veroorzaakt" en houdt in dat een verstoring in de hormoonhuishouding uiteindelijk leidt tot de gevreesde beschadiging van de hoefbeendrager. Bepalend is hier het hormoon "insuline", dat het bloedsuikergehalte verlaagt en wordt afgegeven zodra het suikergehalte in het bloed een bepaalde waarde overschrijdt. Bijzonder kwetsbaar zijn paarden met een stofwisselingsstoornis, concreet EMS ("Equine Metabolisch Syndroom") en insulineresistentie en/of PPID ("Cushing"), aangezien bij deze dieren meer insuline wordt afgegeven dan eigenlijk nodig zou zijn.
Vergiftigingsbevangenheid
Bij de vergiftigingsbevangenheid wordt de hoefbevangenheid veroorzaakt door een sepsis, ofwel een bloedvergiftiging. Veelvoorkomende oorzaken hiervan zijn:
- Complicaties bij de geboorte (infectie door achtergebleven placentaresten), ook wel "nageboortebevangenheid" genoemd
- Koliek
- Acidose (verzuring van het bloed) door te veel zetmeel (bijvoorbeeld het beruchte geval dat een paard in de voerkamer inbreekt en een hele zak haver opeet)
- Opname van gif (bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen)
Fructaan als oorzaak
Tot de categorie "vergiftigingsbevangenheid" behoort ook het geval waarin hoefbevangenheid door fructaan wordt veroorzaakt. Fructaan is een suikermolecuul dat door gras wordt opgeslagen. De opname van enorm grote hoeveelheden fructaan leidt tot massaal afsterven van darmbacteriën, waardoor een sepsis ontstaat.
Daarom werd fructaan lange tijd beschouwd als hoofdoorzaak van "hoefbevangenheid door te veel gras". Recentere studies hebben echter uitgewezen dat de daarvoor benodigde hoeveelheden fructaan in de praktijk door een paard helemaal niet zelfstandig via het voedsel opgenomen kunnen worden – paarden kunnen simpelweg niet zoveel gras in zo'n korte tijd eten dat dit geval van nature kan optreden. De benodigde hoeveelheden fructaan werden alleen in klinische studies bereikt, waarbij bij de proefpaarden fructaan direct in het bloed werd gespoten en zo betrouwbaar hoefbevangenheid kon worden opgewekt.
Belastingsbevangenheid
De derde vorm van hoefbevangenheid ontstaat door mechanische overbelasting van een hoef, waardoor de doorbloeding vermindert of zelfs wordt afgesnoerd en er celdood optreedt. Hiervoor zijn echter zeer sterke krachten nodig, die slechts in uitzonderlijke gevallen optreden. Zo'n uitzonderingsgeval doet zich bijvoorbeeld voor wanneer een paard een gebroken been heeft en dit gedurende langere tijd helemaal niet belast, waardoor het gezonde been (of beter gezegd de hoefbeendrager daarvan) massief wordt overbelast. Daarom wordt deze vorm van hoefbevangenheid in het Engelstalige gebied inmiddels aangeduid als "Supporting limb laminitis" ("hoefbevangenheid van het ondersteunende ledemaat"). Dergelijke gevallen zijn echter uiterst zeldzaam.
Hoefbevangenheid in de praktijk
Zoals hierboven al vermeld, ontstaat naar schatting 90% van alle gevallen van hoefbevangenheid door een verstoorde stofwisseling, met name door een ontregelde insulinehuishouding. Dat betekent: als jouw paard een stofwisselingsprobleem heeft (bijvoorbeeld EMS of Cushing), dan moet je er absoluut op letten dat het uitsluitend suikerarm wordt gevoerd, om geen hoefbevangenheid te riskeren. "Suikerarm" betekent dat alle voedingsbestanddelen slechts een zeer laag suikergehalte mogen hebben. Daartoe behoort ook het zetmeelgehalte, dat door het lichaam in suiker wordt omgezet en eveneens het insulineniveau doet stijgen. Als vuistregel wordt aangenomen dat het aandeel suiker + zetmeel onder de 10% moet liggen – bij elk afzonderlijk voermiddel dat jouw paard met stofwisselingsstoornis tot zich neemt. Dat kan ook op het hooi van toepassing zijn: afhankelijk van de grassoort en het maaimoment kan het suikergehalte in het hooi alleen al aanzienlijk hoger liggen en dus op zichzelf al een oorzaak voor hoefbevangenheid vormen.
De acute bevangenheidsaanval
Wanneer jouw paard een acute hoefbevangenheidsaanval heeft, is het belangrijk om de oorzaak te vinden en weg te nemen. Vertoont je paard vergiftigingsverschijnselen (bijvoorbeeld koorts), dan gaat het waarschijnlijk om een vergiftigingsbevangenheid. Of heeft je paard misschien al langer stofwisselingsproblemen en kampt het met latente gevoeligheid, zodat het eerder om een endocriene hoefbevangenheid gaat.
Dienovereenkomstig moet de oorzaak onmiddellijk worden weggenomen en een dierenarts worden ingeschakeld voor verdere behandeling. Idealiter zet je je paard in een dik ingestrooide, zachte box en voer je alleen gewassen hooi (om het suikergehalte te verlagen), totdat met de dierenarts de verdere behandeling is afgestemd.
De revalidatiefase
Zodra de acute aanval voorbij is, begint de revalidatie van de hoeven. Daarbij moet je je realiseren: de lamellenverbinding tussen hoefbeen en hoefwand is beschadigd en groeit op de beschadigde plekken ook niet meer aan elkaar. De hoef moet zich eerst van boven naar beneden doorgroeien om weer een volledige aanhechting te hebben. En dat kan 9 tot 12 maanden duren. Afhankelijk van de heftigheid van de bevangenheidsaanval kan de verbinding meer of minder beschadigd zijn – in mildere gevallen kunnen de hoeven ook al eerder weer belast worden, wanneer ongeveer ⅔ van de hoefwand weer met stabiele aanhechting is aangegroeid.
Tot die tijd heeft de hoef ondersteuning nodig, zodat je paard pijnvrij kan lopen. Hoe die ondersteuning eruitziet, verschilt sterk per situatie. Was er sprake van een rotatie of verzakking? Zo ja, hoe sterk? Hoeveel hoeven zijn er aangedaan? Hoe wordt het paard gehouden, dat wil zeggen hoe zien de bodems eruit? Deze en andere factoren bepal






