Hoefkanker: Vroegtijdig Herkennen en Correct Behandelen
Bij de diagnose "hoefkanker" worden veel paardeneigenaren bang en ongerust. Het goede nieuws is echter: als de aandoening tijdig wordt ontdekt en behandeld, zijn de genezingskansen zeer goed. Toch is het juist het beginstadium van hoefkanker dat vaak over het hoofd wordt gezien, waardoor de diagnose pas in een gevorderd stadium wordt gesteld. Daarom willen we met dit artikel een beetje voorlichting geven, zodat de aandoening ook door paardeneigenaren beter wordt herkend en er tijdig kan worden ingegrepen.
Wat is hoefkanker en hoe herken je het?
Bij hoefkanker gaat het niet om "echte" kanker (dus geen carcinoom), waarom de ziekte in het Engels ook "equine canker" (en niet "cancer") wordt genoemd. In plaats daarvan is hoefkanker een wondgenezingsstoornis van de hoeflederhuid, vergelijkbaar met wild vlees bij huidwonden. Preciezer gezegd is hoefkanker een "chronische hypertrofe pododermatitis" – dit betekent dat de cellen van de hoeflederhuid vergroot zijn en er een abnormale keratineproductie (parakeratose) plaatsvindt. Het hoefhoorn "woekert" dus, waardoor de typische, bloemkoolachtige uitwassen op de hoef ontstaan.

Deze woekeringen vertegenwoordigen echter al het gevorderde stadium. In het begin laat hoefkanker zich eerder onopvallend zien – tenminste optisch. Want wat veel opvallender is, is de geur: hoefkanker gaat gepaard met een zeer karakteristieke stank. Veel mensen omschrijven de geur als kaasachtig-etterig-rottend – in elk geval zeer afstotend.
Een ander herkenningskenmerk is dat het weefsel sterk doorbloed is en zeer snel begint te bloeden, ook bij heel lichte aanraking (bijvoorbeeld bij het uitkrabben van de hoeven).
Typisch begint hoefkanker in het gebied van de straal (daarom ook "straalkanker" genoemd), waar vaak ook een witgelige of grijzige smerige afscheiding zichtbaar is.
Hoefkanker is echter niet uitsluitend beperkt tot de straal, maar verspreidt zich onder afsluiting van lucht en kan zo de complete zool en wand ondermijnen en deze zelfs "afsplijten". In gebieden waar de hoefkanker geen directe tegendruk heeft (bijvoorbeeld in de zijdelingse straalgroeven), tonen zich vaak ook draadachtige vlokken van de hoeflederhuid.

Vaak is in eerste instantie slechts één hoef door de ziekte aangetast, maar vervolgens kunnen alle vier de hoeven worden aangetast. Achterhoeven zijn statistisch gezien vaker aangetast dan voorhoeven.
Eveneens kan de aandoening zich uitbreiden naar de kroonrand (zoombandontsteking). Als dit het geval is, ziet de kroonrand er geïrriteerd uit (gezwollen en rood) en typisch liggen de haren daar niet meer glad aan, maar steken af.
Hoefkanker is bij aanraking normaal gesproken zeer pijnlijk, waarom veel aangetaste paarden ook kreupelheid vertonen. Maar ook de kreupelheid laat zich in het begin vaak eerder subtiel zien als latente gevoeligheid en wordt daarom als eerste teken vaak over het hoofd gezien. In een gevorderd stadium lopen veel paarden echter zeer duidelijk kreupel.
Oorza(a)k(en) voor hoefkanker
Hoewel het om een zeer ernstige aandoening gaat, is hoefkanker verbazingwekkend slecht onderzocht. Tot op heden is niet helemaal opgehelderd hoe hoefkanker precies ontstaat. Lange tijd werd aangenomen dat de ziekte door bacteriën of papillomavirussen werd veroorzaakt, wat inmiddels echter is weerlegd – tenminste als enige oorzaak. Tegenwoordig wordt veeleer aangenomen dat het om een multifactorieel gebeuren gaat, dus dat meerdere factoren moeten samenkomen voordat de aandoening uitbreekt.
Er zijn meerdere omstandigheden die kunnen leiden tot een irritatie van de hoeflederhuid, wat vervolgens hoefkanker kan veroorzaken.
Drukverhoudingen in de hoef
Door onvoldoende hoefbewerking of ongunstige huisvestingsomstandigheden kunnen er kneuzingen in de hoef ontstaan, vooral in het straalgebied. Daartoe behoren te lange hoeksteunen en/of verzenen evenals dwanghoeven. De daardoor ontstane druk irriteert de lederhuid; als deze toestand langer aanhoudt, kan dit uiteindelijk omslaan in hoefkanker.
Sommige scholen van hoefbewerking spreken er zelfs over dat de hoef met het woekerende weefsel weer "ruimte wil creëren".
Infecties en rotstraal
De hoeflederhuid kan ook door een langer aanhoudend infectiegebeuren overmatig worden geïrriteerd. Daartoe behoort met name de rotstraal: als deze zich door de bovenste hoornlagen heen vreet, komt deze zeer snel dicht bij de lederhuid. Niet zelden gaat aan hoefkanker daarom een ernstige rotstraal vooraf. Dit verband komt zo vaak voor dat veel hoefbewerkers van mening zijn dat hoefkanker altijd uit rotstraal ontstaat.
Ook al bestaat er waarschijnlijk een verband tussen deze twee hoefaandoeningen, ze verschillen fundamenteel: terwijl het bij rotstraal om een hoornafbrekend (dus afbouwend) proces gaat, gaat het bij hoefkanker om een hoornvormend (dus opbouwend) proces. Verder tast rotstraal dood weefsel (hoorn) aan, terwijl hoefkanker het levende weefsel (lederhuid) treft.
Beide aandoeningen produceren stinkend, smerig materiaal, dat je als eigenaar echter gemakkelijk kunt onderscheiden: rotstraal vertoont zich diepzwart, hoefkanker daarentegen zeer licht. De geur van rotstraal doet eerder denken aan rotte eieren (omdat de bacteriën bij het afbreken van het hoefhoorn de daarin aanwezige zwavel vrijmaken), terwijl de geur van hoefkanker als duidelijk intenser en onaangenamer wordt ervaren en eerder als cariëusachtig of etterig/rottend wordt omschreven.
De overgang tussen beide aandoeningen kan vloeiend zijn, of beide kunnen tegelijk aanwezig zijn: bijvoorbeeld kan zich in de middelste straalgroef al hoefkanker uitbreiden, terwijl de zijdelingse straalgroeven "slechts" door rotstraal zijn aangetast.

Voeding
In hoeverre voeding een rol speelt bij het ontstaan van hoefkanker, is onder experts omstreden. Bijvoorbeeld wordt besproken of een voedingsstoffentekort (vooral een zinktekort) kan leiden tot ontaarde hoornproductie en daardoor tot hoefkanker.
Onbetwist is daarentegen dat de hoef ook als ontgiftingsorgaan fungeert en hierbij de hoeflederhuid extra belast wordt. De voeding zou daarom vooral moeten worden gecontroleerd als er tegelijkertijd stofwisselings- of huidproblemen (bijv. mok, sarcoïden of eczeem) aanwezig zijn – of waren! Want ook al zijn deze problemen wellicht juist niet acuut, kan de stofwisseling daar nog door beïnvloed zijn of kan daardoor een tekort aan voedingsstoffen zijn ontstaan.
Genetica
Eveneens onduidelijk is of er een genetische predispositie voor hoefkanker bestaat. Want het lijkt erop dat onevenredig vaak zwaardere rassen met veel sokken (koudbloeden, Tinkers, Friezen enz.) door hoefkanker worden getroffen. Maar juist deze rassen worden ook vaak getroffen door stofwisselingsproblemen en rotstraal, waarom het wellicht minder om een genetische beïnvloedende fact






